Reis naar Peru

Begin dit jaar verbleef ik een maand in Peru ter afronding van mijn onderzoek. Deze reis bracht nieuwe inzichten. Ik begon in Lima, waar ik het Museo Amano bezocht: een bijzonder museum met een indrukwekkende collectie archeologisch materiaal uit precolumbiaanse culturen.

De collectie—samengesteld door de Japanse verzamelaar Yoshitaro Amano—omvat textiel, keramiek en gereedschap van onder andere de Caral-, Chavín-, Paracas-, Mochica-, Wari-, Chimú- en Inca-culturen (ca. 3000 v.Chr. tot 1500 n.Chr.). Wat onmiddellijk opvalt, is de overweldigende zeggingskracht van expressie, kleur en vorm.

De rijkdom aan complexe technieken en bindingen toont dat veel van wat wij vandaag als machinale mogelijkheden beschouwen, duizenden jaren geleden al in handmatige vorm bestond. Onderweg lijken we een groot deel van die lichamelijke kennis—en de zeggingskracht die daarmee samenhangt—te zijn verloren. En toch voel ik mij, juist via textiel, diep verbonden met deze oudere culturen.

1.Haarnet. Dit  kant werd gemaakt met een knooploze nettechniek waar de lussen met de hand werden gevormd en gedraaid. Gefotografeerd in Museum Amano, Lima. Foto: Maaike Gottschal

 2. De bruiloft (diorama), Chancay-kunst. Scène van een ceremonie in een huis, waar het huwelijkspaar gasten ontvangt tijdens een ceremonie onder begeleiding van muzikanten. Gefotografeerd in Museum Amano, Lima

De Heilige Speelgrond / Huaca Puclana, in Lima

In Lima bezocht ik de archeologische site Huaca Puclana, wat zoveel betekent als ‘heilige speelgrond’. De belangrijkste vondst tot nu toe is het graf van de weefster(s). Ze werd begraven in talloze lagen textiel, als een matroesjkapop, met een dodenmasker waarvan de ogen zo helder zijn als de zee. Water en zee waren in de Andes culturen net zo essentieel als in de Nederlandse cultuur: het beheer van water kon het begin of het einde van een samenleving bepalen. In deze context is water een plek van de goden; de mens, die zich als heerser van de aarde waant, moet hier zijn bescheiden plaats leren kennen.

De weefster lag in haar graf samen met twee helpers, waarschijnlijk kinderen, en haar weefgetouw, gereedschap om te weven en te spinnen. De site zelf bestaat uit verschillende piramides en open ruimtes voor rituelen, waarbij natuurlijke pigmenten en verfstoffen werden geofferd. Alle structuren zijn opgebouwd uit handgevormde adobe-tegels, geplaatst onder een lichte hoek zodat ze vele aardbevingen konden doorstaan.

Wat mij opviel, en wat ik bij andere sites ook zag, is dat oude culturen kunst nooit loszagen van de natuur. Hier zochten ze samenwerking: een deel van de berg werd letterlijk geïntegreerd in de door mensen gebouwde site. Kunst, ritueel en omgeving waren één geheel. Een visie op de wereld waarin de mens altijd deel is van een groter weefsel.

  1. De Heilige Speelgrond
  2. Het graf van de weefsters. Digitale fotografie, Maaike Gottschal 2026

De winkel van de toekomst

In Cusco ontdekte ik een winkel die me bijzonder boeide: een samenwerking tussen het Museum Amano, een leverancier van alpaca garens en een andere partner. De winkel bood hoogwaardige producten aan, maar fungeerde tegelijkertijd als museum met archeologisch textiel en informatiecentrum over weven en vezel verwerking. Voor mij een voorbeeld van hoe oude kennis en vakmanschap gedeeld kan worden.

Er werden zowel handgeweven als machinaal vervaardigde garens en producten verkocht. Je hoeft echter niets te kopen; de toegang is vrij. Het bijzondere is de verantwoordelijkheid die men hier neemt: oude verbindingen tussen mensen, dieren, materialen en maakwijzen tonen zonder daar direct geld voor te vragen. Dat vind ik exemplarisch en inspirerend.

Weefles van Maria

Na Cusco vertrok ik naar mijn weefresidentie in de Sacred Valley, aan de rand van Urubamba, omgeven door bergen. Drie weken lang kreeg ik samen met collega Marisa drie keer per week les van weefdocent Maria. We leerden alle stappen van het weven met een backstraploom en de patronen die daarbij horen, te beginnen bij het kiezen van materiaal en kleuren.

Een residentie als deze is niet alleen plezierig; het vraagt aandacht, oefening en soms een kleine strijd. Een eenvoudig patroon van X en O handmatig inweven vergt verrassend veel stappen. Vaak vroeg ik me af waarom weeflessen zo nadruk leggen op afzien. Veel docenten benadrukken dat weven een techniek is die alleen geschikt is voor mensen met eindeloos geduld. Dat klopt niet helemaal.

Zoals Anni Albers het benadrukte, gaat creëren niet alleen over volmaaktheid, maar over het openen van ruimte voor ontdekking: het proces waarin het werk bijna vanzelf ontstaat, omdat de maker luistert, observeert en zich laat verrassen door het materiaal. Geduld en spel zijn geen tegenstellingen; ze vormen samen het hart van ambachtelijke kennis. Zo moet weven ooit zijn begonnen, en zo kan het ook worden onderwezen. Elke complexe techniek kan op een eenvoudige manier worden uitgelegd. Als studenten geïnspireerd raken, zullen ze vanzelf doorgaan en de moeite doen.

Marisa en ik keken altijd uit naar het moment dat de les voorbij was en we aan een gezamenlijke lunch van Nelly konden beginnen: simpel, met smaak, en altijd het hoogtepunt van onze dag. Die momenten herinneren ons eraan dat leren en creëren niet alleen in de handen, maar ook in de gemeenschap en de gedeelde ervaring plaatsvinden. Textiel, als taal van het maken, wordt zo niet alleen techniek, maar ook poëzie, filosofie en verbinding. 

De backstraploom

Tijdens mijn reis vroeg ik me af: waarom is er in Peru nauwelijks ontwikkeling van het weefgetouw? Waarom wordt nog steeds vrijwel alles op een backstrap loom gemaakt? Er zijn daar meerdere redenen voor, maar voor mij staat één ding centraal: veel culturen die met deze getouwen werken, hechten groot belang aan directe verbindingen.

Het weven op een backstrap loom is een bewuste keuze. Het draait nadrukkelijk niet om sneller, groter of meer produceren. Het is een mobiel weefgetouw waarmee je overal kunt werken: binnen, buiten, thuis bij familie, bij andere wevers of in de natuur. Als wever word je letterlijk onderdeel van de constructie; het getouw bevrijdt je uit het atelier en maakt het proces dynamischer, verweven met de omgeving.

Daarnaast zorgt het gebruik van dit getouw voor een directe, fysieke interactie met het textiel. Iedere draad die je spant en inslaat, elke beweging die je maakt, draagt energie en aandacht over. Het weefproces wordt zo een bewuste, bijna rituele handeling, een oefening in aanwezigheid, een moment van verbinding tussen maker, materiaal en wereld.

Het weefgetouw van mijn docent Maria is eenvoudig: een paar bamboestokken en wat draad volstaan om te beginnen. Weven op een kleine lijst (daar weef ik op als ik op reis ben) kost ook bijna niets; het enige wat je investeert is tijd. Het uit bamboestokken gemaakte weefgetouw heeft nog een voordeel: een backstrap loom moet je ergens aan vastmaken. Daarmee ontstaat een extra verbinding. Oorspronkelijk werd het weefgetouw vaak aan een boom gebonden. Zoals we inmiddels weten, zijn bomen opmerkelijke wevers. Het is dan ook niet vreemd dat de mens zich graag met een boom verbindt.

Wevers zoals mijn docent Maria weten bovendien dat het uit het hoofd leren van zo’n 47 patronen een oefening is in concentratie en uithoudingsvermogen. Bij het werken met een backstrap loom maakt de wever zelf de opening van de schachten—het moment waarop de sprong plaatsvindt.

Misschien is het begrijpen van die sprong wel het belangrijkste van alles. Het raakt aan de oorsprong van het weven, en aan de oorsprong en het wezen van de mens. Vanuit die sprong wordt het werk als het ware (opnieuw) geboren.

De waarde van het textiel wat met dit getouw geweven wordt ligt dan ook niet alleen in het object zelf, maar in het gebruik, de beweging en de betekenissen die ermee worden overgedragen. Het is met de hand gemaakt (a mano) en krijgt zijn betekenis in de relatie tussen maker, drager en omgeving — als iets dat blijft bewegen, zowel fysiek als cultureel. Het is daarmee gemaakt en levend (animé). 

Mogelijk worden handmatig gekregen inzichten weer belangrijker in de toekomst. Dit als tegengewicht tot AI. Inzicht is nodig om de moderne techniek de baas te blijven met als kernvraag waar kan de mens het verschil blijven maken en waar willen we heen. Kunst is de vuursteen van de mens. Een heel precies doorgegeven steen. We hebben kunst nodig om ons even in te verliezen. Kunst biedt ruimte voor contemplatie en verstilling. Weg van sneller en meer.  Dingen zelf doen en onderzoek doen. Het geeft inzicht in creatie en in onze creërende natuur. Een zeer belangrijk inzicht, dat we allemaal goed kunnen gebruiken in deze tijden. Een oproep dus om de wever in onszelf af te stoffen. Mijn eerdere huiswerk van het bestuderen van weeftechnieken en materiaal kan je vinden in dit document. Het gaat hier niet alleen om het bestuderen van andere culturen maar meer naar het geheel aan textiel als taal en haar expressiemogelijkheden. Natuurlijk daar ook een belangrijke rol voor het telen van vlas, damast weven en nog veel meer mogelijkheden qua expressie in draad.

Als ik reis werk ik vaak op kleine frames of kartonnetjes. Ik gebruik deze ramen gewoon voor mijn plezier en om om de reis direct te vangen in draad. Ik zie het niet echt als kunstwerken deze oefeningen maar ik moet zeggen dat ik er met plezier naar kijk. Ik maakte de meeste werken met handgesponnen en natuurlijk geverfd linnen garen.

Voor meer avonturen die ik beleefde in Peru en voor nog veel meer mooie foto’s van de prachtige omgeving en al het mooie textiel dat ik zag verwijs ik naar Instagram.

Ik had wel een werk mee. Daar heb ik wat foto’s mee gemaakt. Dit is het eerste werk wat ik maakte van 100% handgeweven en handgesponnen vlas uit Rhoon. Het past goed onder de bietjes die Nelly voor ons uit de tuin haalde.

We waren van alle kanten omgeven door bergen. Dat was magisch! Ik hoop een keer terug te komen. Hier de Urubamba rivier en het uitzicht vanuit de residentie.

Ontdek meer van

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder